In opdracht van het OM zijn er na het overlijden twee gescheiden onderzoeken verricht: één door de politie eenheid Noord-Holland, met bijstand van de opsporingsdienst van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Dit onderzoek, onder leiding van de medisch officier van justitie van het OM Noord-Holland, richtte zich op het handelen van de zorginstelling en de zorgmedewerkers. Daarnaast heeft de Rijksrecherche onder leiding van OM Noord-Holland een feitenonderzoek verricht naar het handelen van de betrokken politieagent die voor hulpverlening aanwezig was. Een feitenonderzoek richt zich op de vraag of toegepast politiegeweld voldoet aan de Ambtsinstructie voor politieambtenaren en de Politiewet. Het OM concludeert op basis van beide onderzoeken dat er sprake is van een noodlottige samenloop van omstandigheden en dat het zorgpersoneel en de politieagent niet strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het overlijden van de 18-jarige cliënt. Daarom zal het OM niet tot vervolging overgaan.
Wat er die dag gebeurde
De 18-jarige (verstandelijk beperkte) jongeman zat nog niet lang in de zorginstelling. Op 6 april 2025 ging het mis nadat hij op een agressieve manier op een personeelslid afliep. Meerdere personeelsleden grepen in en probeerden hem in bedwang te houden. De personeelsleden kregen hem niet onder controle en daarom werd de politie gebeld voor assistentie. Twee agenten kwamen voor hulpverlening ter plaatse. Dankzij de bodycam van één van hen kon er achteraf worden gevolgd wat er vervolgens gebeurde.
Ook met assistentie van één van de politieagenten was de man moeilijk onder controle te krijgen. Uiteindelijk werd hij rustiger en werd besloten hem los te laten. Kort daarna bleek dat hij niet meer ademde. Hij werd gereanimeerd, maar dat mocht helaas niet baten.
Naar aanleiding hiervan werden de twee eerder genoemde onderzoeken gestart.
Onderzoek naar zorginstelling en zorgpersoneel
De zorginstelling en haar medewerkers hebben volledige medewerking verleend en openheid van zaken gegeven in het onderzoek. Ook zijn de bodycambeelden van de betrokken agent in het onderzoek meegenomen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (Inspectie) heeft naar aanleiding van dit incident een onderzoek ingesteld naar het zorgpersoneel. In december 2025 bracht de Inspectie haar rapport uit. Dat is door het OM bestudeerd. De conclusie van het OM is dat er in strafrechtelijke zin geen sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten door een specifieke zorgmedewerker en ook niet door de zorginstelling.
Onderzoek naar betrokken politieagent
Op basis van de bodycambeelden met geluid in combinatie met verhoren van zorgpersoneel, betrokkenen en getuigen heeft het OM een goed beeld gekregen van het handelen van de politieagent. Hij is na een oproep van de zorginstelling hulp gaan verlenen, iets wat van hem als agent wordt verwacht. Uit de opnames blijkt dat hij bij aankomst te horen kreeg dat de leiding lag bij het zorgpersoneel en dat hij naar hun instructies moest luisteren.
Op de beelden is te zien dat de agent probeert om het noodzakelijke geweld (waarbij hij zelf het hoofd van de jongeman vasthoudt) zoveel mogelijk voor de patiënt te verzachten: hij vraagt om een kussen zodat de jongeman niet met zijn hoofd op de harde vloer hoeft te liggen. Hij laat het hoofd ook los op de momenten dat de jongeman zijn hoofd omhoog beweegt om hem ruimte te geven.
Het OM concludeert dat de agent een ondersteunende rol had, dat hij handelde in opdracht van het zorgpersoneel en dat daar de regie lag. Hij was er als hulpverlener en zijn handelen was erop gericht om de jongeman en het zorgpersoneel te beschermen, met het doel om de noodsituatie te beëindigen. Het OM is van oordeel dat het politieoptreden rechtmatig was. Het geweld, het vasthouden van het hoofd, dat de politieagent gebruikte was doelmatig, proportioneel en paste bij de ernst van de situatie.
Doodsoorzaak
De forensisch patholoog kon geen duidelijke conclusie geven over de doodsoorzaak. Er kan naar oordeel van het OM geen causaal verband worden aangetoond tussen de handelingen van het zorgpersoneel en de agent en het overlijden van de jongeman.
Noodlottige samenloop
Het OM concludeert dat er sprake is van een noodlottige samenloop van omstandigheden, met een betreurenswaardige en verdrietige afloop voor de jongeman, zijn ouders en andere naasten.
Naar het oordeel van het OM kan geen van de betrokken personen hiervoor in strafrechtelijke zin verantwoordelijk voor worden gehouden. Daarom gaat het OM niet over tot vervolging van de zorginstelling, de zorgmedewerkers en de politieambtenaar.
De nabestaanden zijn erop gewezen dat mochten zij het niet eens zijn met deze beslissing zij een artikel-12 procedure kunnen starten om alsnog vervolging af te dwingen bij het gerechtshof.

18.5 ℃







































































